WONDERWITTE NACHTEN

augustus 30, 2008

(Wunderweisse Nachte/Rilke)

Er zijn zo wonderwitte nachten
Waarin je alles zilver vindt
En menig ster de nacht verblind
Alsof zij weer de herders brachten
Naar ‘n nieuw geboren Christuskind

Met diamantenstof bestoven
verschijnen aan ons land en vloed
en in ons hart, als dromen zoet,
zingt een verinnerlijkt geloven
dat steeds weer nieuwe wond’ren doet


ZE SCHRIJDT IN SCHOONHEID

augustus 30, 2008

(She walks in beauty/Byron)

Ze schrijdt in schoonheid, als de nacht
Van wolk’loos weer en sterrengloed
Van zwart en wit, vereende macht
die oog en schoonheid stralen doet
Vervloeid tot teed’re glans, zo zacht
en meer dan ‘t valse daglicht zoet.

Elk schaduwbeeld, elk zonlicht klaar
vermindert de gracieuze staat
Die danst in ‘t ravenzwarte haar
Of glanst zo zacht in haar gelaat,
waar in gedachten zoet en waar,
haar zuiverheid geschreven staat.

En op die wenkbrauw, op die wang
zo kalm, zo zacht, maar expressief
haar lach als nachtegalenzang
die spreekt van dagen zonder grief,
een geest vol vrede, nimmer bang
een zuiver hart, onschuldig, lief.