De kerststal was verlaten,
slechts stro nog, overal;
de herders waren afgeschminkt
de os stond weer op stal.
De laatste engel ging er
wat vleugellam vandoor;
het allerlaatst Kyrie Eleis
weerklonk nog in mijn oor.
Een enkel kaarsenlichtje,
wat restjes dennentak,
en ‘t suizen van de winterwind
die fluist’rend tot mij sprak
van eeuwigheid en stilte;
ik stond daar, heel alleen
en vond het ware Kerstgevoel
in ‘t lege om mij heen.